Biografie / Biography

Biografie

 

Hannemieke Stamperius – literaire pseudoniemen Hannes Meinkema en (voor haar literaire detectives) Justa Abbing – werd op 12 september 1943  geboren als Johanna Maria Jelles Stamperius, roepnaam Hannemieke, in Tiel, waar haar moeder ondergedoken was, als dochter van ouders die in het verzet zaten en derhalve niet konden trouwen. Omdat het in de jaren vijftig van de vorige eeuw een schande was als een kind uit een familie een andere achternaam had, heeft ze tijdelijk de naam van haar stiefvader, Nelemans, gedragen. Na het gymnasium haalde ze cum laude in Utrecht haar doctoraal Nederlands en daarna idem Algemene Literatuurwetenschap, en in 1977 promoveerde ze als literatuurtheoretica cum laude op een later bekroond proefschrift op het gebied van de poëzietheorie, met de titel Marsmans ‘Verzen’: toetsing van een ergocentrisch interpretatiemodel. Van 1968 tot 1979 was ze getrouwd met E.B.S.Postma. (Zo kon het gebeuren, dat een paar boeken verschenen onder de naam Postma-Nelemans.)

In 1974 verscheen onder het pseudoniem Hannes Meinkema (min of meer een anagram van ‘Hannemieke’) haar literaire debuut De maaneter en met haar tweede roman en derde boek En dan is er koffie uit 1976 was haar naam gevestigd.Nog steeds is dit hèt boek over de tijdgeest van de roemruchte jaren zeventig. Het vrije hippieleven met zijn drugs en driehoeksverhoudingen, generatiekloven, burgerlijkheid en antiburgerlijkheid, vrouwenonderdrukking – het staat er allemaal in.

 

Vrouwen

In 1978 richtte ze Chrysallis op, halfjaarlijks tijdschrift voor literatuur en kunst, waarin vrouwen voorrang hadden. Het bleef, met medewerking van Liesbeth Brandt Corstius, Hanneke van Buuren, Ethel Portnoy en Esselien ‘t Hart, bestaan tot 1981.

Na twee boeken op het gebied van de literatuurtheorie, specialiseerde ze zich in vrouwen en literatuur (Vrouwen en literatuur, Synthese), en schreef daarover in boekrecensies voor NRC-Handelsblad, en in vele artikelen voor  vaktijdschriften en tijdschriften als Opzij en De Tijd, waarbij ze aandacht opeiste voor vergeten vrouwen uit de nederlandse literatuur, thematische verschillen tussen werk van mannen en van vrouwen onderzocht, en stilstond bij verschillen in de leeservaring tussen vrouwen en mannen. Hiervoor werd zij in kringen van literaire vrouwenstudies ‘moeder van het vak’ gedoopt.

Naast haar eigen literaire werk heeft ze een twintigtal bloemlezingen samengesteld met verhalen van en over vrouwen. Ook heeft ze nieuwe edities gemaakt van werk van een aantal Nederlandse en buitenlandse vrouwelijke auteurs als Betje Wolff en Aagje Deken, Geertruida Bosboom-Toussaint, Rose Macauley, Elizabeth Taylor, en Vita Sackville West.

 

Thematiek

Belangrijke, vaak terugkerende thema’s in Meinkema’s werk zijn  familierelaties (de moeder-dochterrelatie in het bijzonder en van beide kanten bezien), vriendschap, relatieproblemen, onrecht en de pijn die mensen elkaar doen, en de laatste jaren verzoening, vergiffenis, geluk, en fysieke pijn. Vaak was zij de eerste die een bepaald thema in onze literatuur ter sprake bracht, zoals vriendschap tussen vrouwen in De driehoekige reis. Ook stelde ze ook een bundel teksten over de Wadden samen en een bloemlezing met proza en poëzie uit de Nederlandse literatuur over God. Onder haar eigen naam schreef ze een drietal kinderboeken. Ook doceerde ze literatuur, tekstschrijven en creatief schrijven.

Nadat ze een proefproces tegen de adoptiewet had  aangespannen en gewonnen, was Stamperius de eerste alleenstaande ouder van Nederland die een kind mocht adopteren (zie Moeders kindje. Over het verlangen).

In 1997 verscheen onder de naam Justa Abbing haar eerste misdaadroman. In de Justa Abbing-boeken is de hoofdrol weggelegd voor de schrijfster Justa van Randwijck, die publiceert onder het pseudoniem… Justa Abbing. Het eerste, Schoonheid schoonheid, werd meteen genomineerd voor de Gouden Strop. In 2004 is het vierde deel  verschenen, Man en vader, en gezien de populariteit die het spannende boek de laatste jaren in Nederland geniet, kan Hannemieke Stamperius onder dit alias, naast dat van Meinkema uiteraard, nog wel even voort. De laatste jaren interesseert Stamperius zich meer en meer voor theologie en filosofie. Ook over dit onderwerp schreef zij artikelen in vaktijdschriften; ze stelde de bundel God verzameld samen met proza en poëzie over God in de nederlandse literatuur, en schreef een reeks columns die op de website van de Ikon zijn verschenen, en later, in iets andere vorm, als Kleine theologie voor leken en ongelovigen in 2005 bij Ten Have verscheen. De nieuwste roman van Stamperius De heiligwording van Berthe Ploos verscheen in 2007. In 2012 verscheen een boek over hoe God werd gezien door de Verlichtingsfilosofen, dat ook op de site van de IKON verscheen, en werd genomineerd als één van de beste tien theologische boeken van 2011.

Op dit moment werkt Stamperius aan een roman en een filosofisch boek over pijn.

 

Reputatie 

Dankzij vele zich tegen het feminisme afzettende critici – sommigen hebben zich daarover later verontschuldigd – heeft het lang geduurd voordat haar literaire kwaliteiten algemeen erkenning kregen. Haar boeken beleefden echter herdruk na herdruk en van En dan is er koffie alleen al werden meer dan 100.000 exemplaren verkocht.

In 1989 kreeg ze de Annie Romein-Verschoorprijs voor haar artikelen en boeken ‘die de ontwikkelingen binnen de vrouwenbeweging vaak tot steun zijn geweest en die ontelbare individuele vrouwen herkenning en stof tot nadenken hebben geboden’. Het juryrapport schrijft onder meer: `Vrijwel altijd beschrijft Meinkema de ervaringen van haar personages vanuit hun eigen optiek; mede daardoor schrijft ze proza dat emotioneel sterk geladen is en tot identificatie dwingt. Deze emotionele complexiteit is een wezenskenmerk van Meinkema’s oeuvre. Haar werk laat zich op verschillende niveau’s lezen. Doordat zij niet nodeloos met haar techniek koketteert, zijn haar verhalen en romans toegankelijk voor iedereen, terwijl ze voor de ervaren lezer onder de oppervlakte dikwijls complexe verrassingen bevatten.’ Ze kreeg de Annie Romein-Verschoor Prijs voor haar artikelen en boeken die volgens het juryrapport ‘de ontwikkelingen binnen de vrouwenbeweging vaak tot steun zijn geweest en die ontelbare individuele vrouwen herkenning en stof tot nadenken hebben geboden’, en: ‘Wie het Nederlandse boekenaanbod van de laatste jaren bekijkt, kan niet anders dan concluderen dat Hannes Meinkema daarmee voor andere auteurs de weg heeft vrijgemaakt om dezelfde thema’s te behandelen.´

In 2000 werd haar vanwege haar verdiensten voor de nederlandse literatuur een eregeld toegekend door het Fonds voor de Letteren, vanwege het feit dat ‘zij in haar werk literaire verbeelding vond voor thema’s en onderwerpen die op dat moment in onze letteren nog nauwelijks aan bod kwamen’, en ‘door haar werk het pad effende voor enkele generaties schrijfsters.’

Biography

 

Hannemieke Stamperius  – pseudonyms Hannes Meinkema and  (just for the detective novels) Justa Abbing)  – was born on september 12th 1943 as Johanna Maria Jelles Stamperius, nickname Hannemieke,  in Tiel, Holland (where her mother lived in hiding from  the Germans), as the daughter of parents working in a resistance group that brought jewish children to a safe place, and for that reason could not marry. Because it was considered a shameful thing in the fifties of the last century to have one’s mothers surname, she temporarily had to use her stepfather’s name, Nelemans.  She studied Dutch language and literature, and after her Masters (cum laude) she went on with Literary Theory and Comparative Literature (cum laude), and a dissertation (cum laude) on the interpretation of poetry, which got an award as well. From 1968 till 1979 she was married to E.B.S.Postma.

In 1974 her literary debut The mooneater was published under the pseudonym Hannes Meinkema, more or less an anagram of her nickname, and with her second novel and third book Coffeetime  in 1976 her reputation became firmly established. This novel is still considered as the ultimate dutch novel about the seventies, with its hippies, drugs, love triangles, generation gaps, middle class narrowmindedness, feminism and oppression of women: it is all there!

 

Women

In 1978, when literary magazines still mainly published work by men,  Stamperius and friends started a magazine for literature and art, Chrysallis, in which women came first. Because of the feminism in her first books, where men-women-relationships are a recurring theme, it took a while before the literary value of her work was acknowledged. Her books, however, were reprinted many times; Coffeetime, for instance, sold over 100.000 copies.

After two books about literary theory, Stamperius specialized in the field of and women and literature, writing numerous articles for newspapers and magazines, especially the feminist magazine Opzij, bringing forgotten women writers in dutch literature into the light, studying thematic differences between male and female writers, and differences between the male and female reading experience. For this she has been called “mother of the field” in women’s literary study circles. Also, she reviewed books for the newspaper NRC, from a feminist perspective. She edited about twenty collections with stories by and about women. She also edited a number of Dutch and foreign women authors, among them Betje Wolff and Aagje Deken, Elizabeth Taylor, Rose Macauley and Vita Sackville West.

 

Main themes

Important, recurring themes in Meinkema’s work are family relationships, and especially the mother-daughter-relationship – from both perspectives -, friendship, relation problems, injustice, the pain human beings inflict upon each other, and lately redemption, forgiveness, happiness, and fysical pain. Often, she was the first to introduce a specific theme in dutch literature. She edited a collection of texts about the islands in the north of the Netherlands, the Wadden, and a collection of stories and poems from Dutch literature about God. In her own name she published several children’s books. Also, she taught literature, textwriting and creative writing.

After challenging the dutch adoption law, and winning, Stamperius became the first single mother in Holland allowed to adopt a child (Mothers Child, about the longing to be a mother).

Since 1997, Stamperius started writing detective novels as well, under the pseudonym Justa Abbing, featuring the writer Justa van Randwijck who publishes under the pseudonym… Justa Abbing! In 2004 the fourth book in this series came out, Man and father. The first was immediately nominated for the Dutch detective award, the Golden Noose.

Lately, Stamperius has become more and more interested in theology and the philosophy of religion. She published articles in this field in magazines, and wrote a series of columns published on the site of IKON radio and television, later rewritten as A short theology for laypeople and unbelievers (2005, Ten Have). Her latest novel is The sanctifcation of Berthe Ploos, a theological novel2007.  In 2011 Skandalon published her book on God and the Enlightenment, a philosophical-theological study about the religious views of the Enlightenment philosophers, which was nominated one of the ten best theological books of 2011.

Currently she is working on a novel, and a philosophy of pain.

 

Awards

In 2002 the Dutch Literary Fund accorded her a lifetime honorary pension for her contribution to Dutch literature, and ‘for the fact that she inspired and paved the way for the next generation of dutch women writers”.  Earlier,  in 1989, she was given an award by the Dutch feminist magazine Opzij for her novels and her publications in the field of women and literature. From the  jury’s report:

“Almost always, Meinkema describes her protagonists’ experiences from their own viewpoint; this is one of the reasons her prose has a strong emotional impact and almost forces identification. This emotional complexity is standard in Meinkema’s work. Because she does not show her technique overtly, her work  is accessible to everyone, while the experienced reader will encounter complex surprises as well. Who looks at recent Dutch literature, realizes that Meinkema paved the way for other writers, regarding themes and technique.”