House MD

We zien bijna nooit chronische pijn in films en tv-series. Dat verbaast niet echt, want pijn leent zich niet voor uiterlijk drama. Eenmalige, incidentele pijn is dramatisch – verwonding, ziekte en dood – maar chronische pijn speelt zich van binnen af, is innerlijk drama,  en zou daarom wel stof voor een roman kunnen zijn,  hoewel we haar daar ook weinig tegenkomen.

Een uitzondering is House MD. Laat ik vooropstellen, dat ik een absolute fan ben van de serie, zowel van Hugh Laurie als van het personage dat hij speelt. We herkennen in House de eigenzinnige, trotse, onbenaderbare en onbeschofte, maar o zo aantrekkelijke romantische held uit romans in de traditie van Charlotte Brontë’s Jane Eyre, die aan het einde van het verhaal door de liefde wordt getemd, maar daarvoor moet hij eerst fysiek beschadigd zijn: Rochester wordt blind, en verliest zijn trots, om te ontdekken wat echte liefde is. En dat is wat je steeds maar hoopt bij House, en wat de in werkelijkheid milde Hugh Laurie knap door de onbeschoftheid van zijn personage laat doorschemeren: dat de kwetsbaarheid van de pijn aan zijn been zich uiteindelijk zal openbaren in zijn karakter.

House haat zijn pijn en is daardoor verslaafd geraakt aan pijnstillers, en dit gegeven is vaak cruciaal voor de plot. Hierin is hij eigenlijk net als bijna iedereen, die met pijn wordt geconfronteerd: de eerste reactie is altijd een afwijzing van de pijn, weg ermee. Onze maakbare cultuur draagt in hoge mate bij aan deze houding; als je pijn hebt neem je een pil of een zalfje of een morfinepleister: niemand hoeft immers met pijn te leven? Daar komt bij dat pijn ons confronteert met de kwetsbaarheid van het lichaam, en dat maakt bang: geen wonder dat pijn, meer dan ziekte en dood, min of meer taboe is, onzichtbaar.

Behalve natuurlijk voor de ongeveer 10 % van de bevolking die, naar het schijnt, met chronische pijn leeft – wat overigens niet hetzelfde is als onophoudelijke pijn. Voor hevige onophoudelijke pijn bestaan er eenvoudigweg geen pijnstillers waarvan de bijverschijnselen fysiek niet gevaarlijker zijn dan de kwaal. Ook dat zien we in House.

House lijdt. Hij kan niet anders, qua karakter, en bovendien is hij arts en artsen voeren, het is hun opdracht, oorlog tegen pijn en ziekte door met alle middelen te proberen die uit te roeien.

Nu is het eigenaardige, dat pijn van oorlog erger wordt. Het is namelijk niet de ervaring van de pijn die het lijden veroorzaakt, maar de interpretatie en het oordeel die meteen op die ervaring volgen. De ervaring van pijn is puur fysiek, en bij chronische of onophoudelijke pijn ontbreekt bovendien de waarschuwingsfunctie ervan, de schrik van de pijnboodschap naar de hersenen die ons lichaam in paraatheid brengt bij gevaar. Het gaat zo: eerst is er de fysieke ervaring, en dan meteen de interpretatie: o nee, niet weer, ik wil dit niet, hoe moet dat straks, ik kan het niet aan, ik verdraag het niet, ik wil zo niet leven, HET MOET WEG! We zijn boos op de pijn, we zijn bang, we wijzen de pijn af: maar ja, we hebben haar toch! Onderzoek toont aan dat de fysieke ervaring ongeveer 25 % van de pijnbeleving uitmaakt, en het oordeel, de angst, de afwijzing ervan 75%. Zo is er een cruciaal verschil tussen pijn hebben en lijden. Pijn hebben is soms onvermijdelijk, lijden hoeft niet altijd.

Wie bij pijn een stap terug kan doen en haar louter als fysieke ervaring kan beleven, reduceert haar tot een kwart van de sterkte. Dat valt te oefenen, maar  dan moet je niet zo ongeduldig zijn als House: die is nog niet zover als zijn lotgenoot in Jane Eyre.Toch is dat een beetje jammer, want op deze manier versterkt het knappe script van de serie een betreurenswaardig cultureel taboe.